Beleid en Interventies Onderwijsparticipatie

In Nederland heeft ieder kind recht op onderwijs. Het belang van onderwijs voor het kind en zijn ontwikkeling is groot.

In Nederland heeft ieder kind recht op onderwijs. Het belang van onderwijs voor het kind en zijn ontwikkeling is groot. Iedereen vanaf de leeftijd van vijf jaar is leerplichtig tot en met het schooljaar waarin hij/zij zestien jaar wordt. Daarna geldt de kwalificatieplicht voor alle jongeren die nog geen achttien jaar zijn en nog geen startkwalificatie (diploma op Havo, vwo of MBO-2 niveau) gehaald hebben. Voor jongeren tussen de 18 – 23 jaar geldt de RMC-wetgeving. De Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC-functie) is een toevoeging op de Leerplichtwet in de zin dat de melding, registratie en verwijzing of terugleiden van voortijdige schoolverlaters op regionaal niveau wordt vormgegeven. De RMC-functie stelt zich ten doel een bijdrage te leveren aan de terugdringing van het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv) in de regio, waarbij meer jongeren een startkwalificatie behalen en op een verantwoorde wijze kunnen deelnemen in de samenleving.

Verantwoordelijkheid Dienst Gezondheid en Jeugd
De Dienst Gezondheid en Jeugd is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Leerplichtwet, Kwalificatieplicht en RMC wetgeving. Dit is geregeld in de Gemeenschappelijke Regeling die de Dienst van ene juridische grondslag voorziet. In artikel 5, onder II van de Gemeenschappelijke regeling zijn de volgende bepalingen opgenomen. [artikel 5, onder II van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ]

Het samenwerkingsverband is belast met:

  1. het als bevoegd gezag uitvoeren van de Leerplichtwet;
  2. de uitvoering van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie, als bedoeld in de Regels inzake RMC-coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten [Stb. 2001, 636], 
  3. de uitvoering als bedoeld in het vorige lid vindt plaats namens het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht, welke gemeente ingevolge de in het vorige lid genoemde Regels is aangewezen als contactgemeente.

Over de uitvoering van deze taken verantwoord de Dienst zich in het jaarverslag Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten. Het jaarverslag biedt een overzicht van het gevoerde beleid, de activiteiten en resultaten van het afgelopen schooljaar.

Passend onderwijs
Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Met passend onderwijs kunnen zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs volgen.
Vanaf 1 augustus 2014 hebben scholen een zorgplicht. Voor een leerling die extra ondersteuning nodig heeft, moet de school een passende plek zoeken. Dit kan op:

  • de eigen school, eventueel met extra ondersteuning in de klas;
  • een andere reguliere school in de regio;
  • het (voortgezet) speciaal onderwijs.
In het ‘schoolondersteuningsprofiel’ legt het schoolbestuur ten minste eenmaal per vier jaar vast welke ondersteuning de school kan bieden aan leerlingen die dat nodig hebben. Het samenwerkingsverband legt alle profielen bij elkaar om te beoordelen of het daarmee een dekkend aanbod kan realiseren. Doel is immers dat alle leerlingen een passende plek krijgen. 

De financiering van extra ondersteuning voor een leerling is na de invoering van de Wet passend onderwijs niet meer afhankelijk van een landelijke indicatie. De samenwerkingsverbanden ontvangen de beschikbare middelen voor extra ondersteuning. De (schoolbesturen binnen de) samenwerkingsverbanden verdelen vervolgens de middelen over de scholen waar de extra ondersteuning nodig is. Zo is beter maatwerk mogelijk en kunnen de middelen zo veel mogelijk ten goede komen aan ondersteuning in de klas. Een deel van de middelen gaat naar het (v)so, op basis van het aantal kinderen dat het samenwerkingsverband daar plaatst. 

Om alle kinderen een passende onderwijsplek te bieden, werken scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. In deze samenwerkings-verbanden werken het regulier en speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samen.

Laaggeletterdheid
Een thema dat extra in de aandacht staat is laaggeletterdheid. Eén op de negen Nederlanders is laaggeletterd. Voor hen is het niet vanzelfsprekend om de bijsluiter van medicijnen te kunnen lezen of een sollicitatiebrief te kunnen schrijven. Voor deze mensen is het ook lastig om een reisplanner te gebruiken of iets op internet op te zoeken. Ook weten ze vaak niet hoe ze een bankrekeningafschrift moeten duiden.
Een gebrekkige taal- en rekenvaardigheid raakt alle leefdomeinen en is van grote invloed op de kwaliteit van leven en de samenleving. Geletterde mensen zijn zelfredzamer, gelukkiger en sociaal actiever, bovendien zijn ze minder vaak ziek, hebben minder schulden, hebben vaker werk en een hoger inkomen.
In de regio bestaan verschillende initiatieven het aantal laaggeletterden te verminderen. Bijvoorbeeld het initiatief van het Bondgenootschap voor Geletterdheid Drechtsteden. Dat bestaat uit publieke en private partijen, die er alles aan doen om laaggeletterdheid te voorkomen en te verminderen.

Beter samen werking moet het aantal thuiszitters verminderen
Scholen en samenwerkingsverbanden zijn er samen verantwoor-delijk voor dat leerlingen een passende plek in het onderwijs krijgen. Als een leerling toch thuis komt te zitten is de school van inschrijving verantwoordelijk voor het ondernemen van actie om tot een aanpak te komen. De consulenten van LVS werken nauw samen met het onderwijs om het recht op onder-wijs te waarborgen. De samenwerking met scholen, samenwer-kingsverbanden passend onderwijs, onderwijsconsulenten en sociale wijkteams/jeugdteams wordt geleidelijk meer en meer onderdeel van de taak van LVS.

Bronnen

 

laatst herzien: december 2016

 

 

 

 

 

Contactinfo

  • 078 - 770 85 00
    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
    Karel Lotsyweg 40

Sociale media

Volg ons op facebook of twitter

Volg ons Facebook Volg ons op Twitter

Deel deze pagina

Om deze pagina te delen via jouw eigen sociale media kanaal

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn